Stappenplan

Dit stappenplan helpt je om zelf een rubric te ontwerpen en in te zetten.

Een rubric is een handig instrument om vaardigheden of producten van leerlingen te beoordelen op kwaliteit. Het geeft leerlingen inzicht in welke criteria van belang zijn voor adequaat handelen en maken zo de ontwikkeling van de leerling duidelijk zichtbaar. Met een rubric wordt leerlingen helder gemaakt, wat er van hen verwacht wordt en weten zij waarop zij beoordeeld worden. Tijdens het proces kunnen zij steeds checken of ze nog op de goede weg zijn. Zo kan een rubric leerlingen helpen bij het maken van zelfevaluaties en het vooraf inzichtelijk maken van hun leerproces.

Een rubric is ideaal om:

Rubrics zijn op verschillende manieren te ontwerpen. Hier bieden we slechts één van de mogelijke routes aan om een eigen rubric te maken. Download een lege rubric, die in te vullen is naar eigen ontwerp en inzicht.

Een rubric bestaat uit drie onderdelen: leerinhoud (vaardigheid), de beoordelingscriteria (deelvaardigheden) en de niveaus waarop een deelvaardigheid te behalen is.

Leerinhoud (vaardigheid / product)

Begin met het bepalen van de leerinhoud (vaardigheid / product) en beperk je bij het bepalen van deze leerinhoud tot één afgebakende vaardigheid (bijvoorbeeld ‘samenwerkenʼ of ‘presenterenʼ) of één product (bijvoorbeeld ‘werkstukʼ of ‘videoproductieʼ). Vul nu de leerinhoud in op jouw rubric.

Beoordelingscriteria (deelvaardigheden)

Beschrijf uit welke deelvaardigheden de leerinhoud (vaardigheid) bestaat en beperk je daarbij tot ca. 6 deelvaardigheden. Bijvoorbeeld bij de leerinhoud (vaardigheid) ‘samenwerken’ kun je denken aan: actief luisteren – omgaan met kritiek – participeren – afspraken nakomen – voor jezelf opkomen – initiatief tonen.

Niveaus

Bepaal per deelvaardigheid 4 niveaus die een leerling kan behalen, waarbij je in de meest rechterkolom het hoogste niveau en links het laagste niveau plaatst. De niveaus moeten duidelijk van elkaar te onderscheiden zijn en een kwalitatieve beschrijving geven. Beschrijf de niveaus in heldere taal voor de leerling. Bij de deelvaardigheid ‘omgaan met kritiekʼ binnen de leerinhoud (vaardigheid) ‘samenwerkenʼ kun je denken aan deze 4 niveaus:

  1. Ik word boos als ik feedback krijg of ik negeer het.
  2. Ik neem feedback klakkeloos over.
  3. Ik sta open voor feedback.
  4. Ik verwerk feedback positief.

Bij 4 niveaus kunnen leerlingen zowel het einddoel als de tussenstappen duidelijk overzien. Als docent dwing je, door voor 4 niveaus per deelvaardigheid te kiezen, jezelf om bij de beoordeling een duidelijke keuze te maken. Bij 3 of 5 niveaus kan (te) gemakkelijk voor het middelste niveau gekozen worden. Beperk het schema tot één A4-tje.

Nadat een leerling een opdracht of taak heeft verricht kun je de rubric gebruiken om de kwaliteit en het leerrendement van de leerling inzichtelijk te maken. Hiervoor bepaal je per deelvaardigheid op welk niveau de leerling gepresteerd heeft. Het beoordelen van een vaardigheid of product door middel van een rubric kan op verschillende manieren plaatsvinden:

Het omrekenen van de behaalde niveaus uit een rubric naar een eindcijfer is een punt van discussie. Met een rubric meet je voornamelijk de voortgang van een leerling. Daarnaast helpt een rubric bij het inzichtelijk maken van de leerdoelen voor een leerling. Het is dan ook gebruikelijk om niet een cijfer, maar juist een niveau-aanduiding als ‘getalenteerdʼ, ‘gevorderdʼ of ‘beginnend’ aan de uitkomsten te koppelen. Ook niveau-aanduiding als ‘expert’, ‘gevorderde’, ‘starter’ zie je vaak terug. Rubrics vormen vooral een aanleiding voor een gesprek met de leerling en zijn minder bedoeld om een summatieve beoordeling mee af te geven.

Bron: Stappenplan Leerling2020