Log in om deze rubric te printen of binnen jouw account aan te passen.
In het tweede trimester werken de leerlingen aan een groepsopdracht rond de Grieken en Alexander de groote. Ze maakte een schriftelijk werk, zochten extra bronnen, maakten een begrippenlijst en maakte een PowerPoint. We evalueren de verschillende componenten, inzet en proces, houding tijdens de presentatie en kennis van het onderwerp. Eveneens volgt er een peerevaluatie.
Naam leerling:.........................................................................................................
Klas: ........................................................................................................................
Onderwerp:............................................................................................................
|
Onvoldoende
|
nipt voldoende
|
vlot voldoende
|
meer dan voldoende
|
|
|---|---|---|---|---|
| Uiterlijk presentatie | De presentatie bevat een simpele opbouw met weinig afbeeldingen en te veel tekst. |
De presentatie heeft een simpele opmaak met foto's en beperktere tekst. Soms lijkt de presentatie wat rommelig. |
De presentatie heeft een mooie duidelijk opmaak. Tekst staat in puntjes en er zijn voldoende foto's aanwezig. |
De presentatie is geïllustreerd met een experimentele opmaak. Tekst staat mooi in puntjes en afbeeldingen bevinden zich in het geheel van de presentatie. |
| Gebruik van animaties en overgangen | Presentatie bevat geen animaties |
presentatie bevat te veel animaties of te veel diverse animaties. De meerwaarde van de animaties is niet duidelijk. |
Presentatie bevat voldoende animaties maar het is niet altijd duidelijk welke meerwaarde ze hebben. |
presentatie bevat gewenste aantal animaties die een meerwaarde bieden aan de informatie. |
| Opbouw presentatie | Presentatie bevat weinig tot geen structuur. Delen lopen door, overgangen worden niet aangegeven. De presentatie is moeilijk te volgen. |
Presentatie is opgebouwd uit diverse delen maar deze worden niet benoemd. Er is geen inhoudsopgaven aanwezig. |
De structuur is aanwezig net zoals de inhoudsopgaven. Structuur is voldoende maar beperkt. |
Er is een duidelijke structuur aanwezig met een uitgebreide inhoudsopgaven. |
| Inhoud: aanwezigheid bronnen | Informatie uit het schriftelijk deel is zeer beperkt aanwezig. De informatie bevat veel bevindingen en eigen meningen. Het is niet duidelijk waarover de presentatie gaat en wat er net onderzocht is. |
De informatie uit het schriftelijk deel is beperkt aanwezig. Er worden veel bevindingen en eigen meningen gegeven. De kern van de presentatie is duidelijk |
De informatie uit het schriftelijk deel is duidelijk aanwezig. Eigen mening en bevindingen zijn aanwezig. De kern is duidelijk. |
Er wordt gefocust op onderbouwde informatie die we terug vinden in het schriftelijk deel. Waar nodig wordt de eigen mening aangehaald zonder een te grote invloed op de bronnen studie. |
| Inhoud: conclusie | Leerlingen maken geen besluit. sluiten af met dit is onze PowerPoint of dit was onze presentatie. |
Leerlingen vaten PowerPoint beknopt samen of bespreken te lang. Leerlingen missen de essentie van de presentatie of vernoemen deze niet. |
Leerling bespreken kort hun besluit. Wat hebben ze ontdekt, wat vinden zij belangrijk uit deze ontdekking. |
Leerlingen bespreken kort hun bevindingen. Ze geven Intel over hoe zij deze informatie ontvangen hebben en hier mee omgaan. De leerlingen geven in hun besluit tips. |
| Presentatie: houding | Je komt onverzorgd , zeer zenuwachtig en onrustig over. Dit beïnvloed je presenteren. Je taalgebruik is ongepast voor de presentatie. Je leest de PowerPoint af en geeft geen presentatie |
Je bent zenuwachtig, maar dit beïnvloed niet jouw presenteren. Je spreekt correct. maar je gebruikt de PowerPoint sterk als ondersteuning. Meestal lees je de PowerPoint af. Af en toe geef je extra uitleg |
Je komt rustig over, Je gebruikt de PowerPoint als lijdraad maar je leest hem niet af. |
Je bent rustig. Je weet wat je moet vertellen en wat er op de PowerPoint staat. Je bent beleeft en hanteert een correct taalgebruik. Je zou je presentatie kunnen geven zonder PowerPoint |
| Presentatie: Kennis | Je kan niet antwoorden op gestelde vragen van je mede leerlingen, Je leest de PowerPoint af en je weet niet wat je extra moet vertellen over je onderwerp. Je rekent volledig op de andere leden van je groep |
Je weet onvoldoende waarover je presentatie gaat. Bij gestelde vragen kan je moeilijk antwoorden. Je valt het liefst terug op de leden van je groep |
Je kan beknopt antwoorden op gestelde vragen, je weet waarover je presentatie gaat. |
Je antwoord vlot op de gestelde vragen en je kan hier een uitgebreid antwoord op geven. Je weet waarover je presentatie gaat. |
| Begrippenlijst | Je begrippenlijst bevat 1-5 woorden. De begrippen zijn niet uitgelegd |
Je begrippenlijst bevat 5-10 woorden. De begrippen zijn niet of onvoldoende uitgelegd |
Je begrippenlijst bevat 10 woorden. De begrippen zijn voldoende uitgelegd |
Je begrippenlijst bevat meer dan 10 woorden. De begrippen zijn duidelijk en correct uitgelegd. |
De presentatie bevat een simpele opbouw met weinig afbeeldingen en te veel tekst.
De presentatie heeft een simpele opmaak met foto's en beperktere tekst. Soms lijkt de presentatie wat rommelig.
De presentatie heeft een mooie duidelijk opmaak. Tekst staat in puntjes en er zijn voldoende foto's aanwezig.
De presentatie is geïllustreerd met een experimentele opmaak. Tekst staat mooi in puntjes en afbeeldingen bevinden zich in het geheel van de presentatie.
Presentatie bevat geen animaties
presentatie bevat te veel animaties of te veel diverse animaties. De meerwaarde van de animaties is niet duidelijk.
Presentatie bevat voldoende animaties maar het is niet altijd duidelijk welke meerwaarde ze hebben.
presentatie bevat gewenste aantal animaties die een meerwaarde bieden aan de informatie.
Presentatie bevat weinig tot geen structuur. Delen lopen door, overgangen worden niet aangegeven. De presentatie is moeilijk te volgen.
Presentatie is opgebouwd uit diverse delen maar deze worden niet benoemd. Er is geen inhoudsopgaven aanwezig.
De structuur is aanwezig net zoals de inhoudsopgaven. Structuur is voldoende maar beperkt.
Er is een duidelijke structuur aanwezig met een uitgebreide inhoudsopgaven.
Informatie uit het schriftelijk deel is zeer beperkt aanwezig. De informatie bevat veel bevindingen en eigen meningen. Het is niet duidelijk waarover de presentatie gaat en wat er net onderzocht is.
De informatie uit het schriftelijk deel is beperkt aanwezig. Er worden veel bevindingen en eigen meningen gegeven. De kern van de presentatie is duidelijk
De informatie uit het schriftelijk deel is duidelijk aanwezig. Eigen mening en bevindingen zijn aanwezig. De kern is duidelijk.
Er wordt gefocust op onderbouwde informatie die we terug vinden in het schriftelijk deel. Waar nodig wordt de eigen mening aangehaald zonder een te grote invloed op de bronnen studie.
Leerlingen maken geen besluit. sluiten af met dit is onze PowerPoint of dit was onze presentatie.
Leerlingen vaten PowerPoint beknopt samen of bespreken te lang. Leerlingen missen de essentie van de presentatie of vernoemen deze niet.
Leerling bespreken kort hun besluit. Wat hebben ze ontdekt, wat vinden zij belangrijk uit deze ontdekking.
Leerlingen bespreken kort hun bevindingen. Ze geven Intel over hoe zij deze informatie ontvangen hebben en hier mee omgaan. De leerlingen geven in hun besluit tips.
Je komt onverzorgd , zeer zenuwachtig en onrustig over. Dit beïnvloed je presenteren. Je taalgebruik is ongepast voor de presentatie. Je leest de PowerPoint af en geeft geen presentatie
Je bent zenuwachtig, maar dit beïnvloed niet jouw presenteren. Je spreekt correct. maar je gebruikt de PowerPoint sterk als ondersteuning. Meestal lees je de PowerPoint af. Af en toe geef je extra uitleg
Je komt rustig over, Je gebruikt de PowerPoint als lijdraad maar je leest hem niet af.
Je bent rustig. Je weet wat je moet vertellen en wat er op de PowerPoint staat. Je bent beleeft en hanteert een correct taalgebruik. Je zou je presentatie kunnen geven zonder PowerPoint
Je kan niet antwoorden op gestelde vragen van je mede leerlingen, Je leest de PowerPoint af en je weet niet wat je extra moet vertellen over je onderwerp. Je rekent volledig op de andere leden van je groep
Je weet onvoldoende waarover je presentatie gaat. Bij gestelde vragen kan je moeilijk antwoorden. Je valt het liefst terug op de leden van je groep
Je kan beknopt antwoorden op gestelde vragen, je weet waarover je presentatie gaat.
Je antwoord vlot op de gestelde vragen en je kan hier een uitgebreid antwoord op geven. Je weet waarover je presentatie gaat.
Je begrippenlijst bevat 1-5 woorden. De begrippen zijn niet uitgelegd
Je begrippenlijst bevat 5-10 woorden. De begrippen zijn niet of onvoldoende uitgelegd
Je begrippenlijst bevat 10 woorden. De begrippen zijn voldoende uitgelegd
Je begrippenlijst bevat meer dan 10 woorden. De begrippen zijn duidelijk en correct uitgelegd.