Onderzoek naar neerslag/sneeuw

Log in om deze rubric te printen of binnen jouw account aan te passen.

We doen onderzoek naar sneeuw

Hypothese formuleren

Ik kan een onderzoeksvraag bedenken, maar die lijkt nog op een opzoekvraag. Ik heb een eerste idee opgeschreven wat ik denk dat het antwoord is.

Ik kan een onderzoeksvraag bedenken die gaat over een verband of oorzaak-gevolg. Ik kan uitleggen waarom ik dit denk.

Ik kan een scherpe onderzoeksvraag formuleren die echt onderzocht moet worden. Ik kan meerdere mogelijkheden bedenken en uitleggen waarom ik deze hypothese wil onderzoeken.

Onderzoeksplan & taakverdeling

Ik kan samen met een ander een plan maken en taken verdelen, maar we moeten soms nog zoeken wat we gaan doen.

Ik kan samen met een ander een stappenplan maken en duidelijke taken verdelen, zodat we allebei actief werken.

Ik kan samen met een ander doordacht plan maken, uitleggen waarom we deze stappen kiezen en het plan aanpassen als we nieuwe inzichten krijgen.

Bronnen gebruiken

Ik kan informatie vinden in één of meer bronnen, maar ik weet nog niet goed hoe betrouwbaar ze zijn.

Ik kan verschillende soorten bronnen gebruiken (bijv. tekst en video) en uitleggen waarom ik deze bronnen vertrouw.

Ik kan bronnen met elkaar vergelijken, fouten of verschillen herkennen en bewust kiezen welke informatie ik gebruik en welke niet.

Presenteren & kennis delen

Ik kan vertellen wat wij hebben ontdekt, met behulp van spiekbriefjes.

Ik kan onze ontdekking duidelijk uitleggen, kijk het publiek aan en laat zien hoe wij hebben onderzocht.

Ik kan het publiek meenemen in ons denkproces, rustig presenteren met spiekbriefjes en zorgen dat anderen écht iets leren van ons onderzoek.

Reflecteren op het onderzoek

Ik kan vertellen wat we hebben gedaan tijdens het onderzoek.

Ik kan uitleggen wat moeilijk was en wat ons hielp tijdens het onderzoeken.

Ik kan terugkijken op mijn denken: wanneer veranderde mijn idee, waar twijfelde ik en wat zou ik een volgende keer anders aanpakken

Hypothese bijstellen & denken ontwikkelen

Ik merk dat mijn idee verandert als ik nieuwe informatie lees of zie. Ik vind dat soms lastig.

Ik kan mijn hypothese aanpassen als ik nieuwe informatie ontdek en uitleggen wat er is veranderd.

Ik begrijp dat mijn eerste idee geen fout is, maar een beginpunt. Ik kan bewust laten zien hoe mijn denken zich heeft ontwikkeld tijdens het onderzoek.