Log in om deze rubric te printen of binnen jouw account aan te passen.
Deze rubrics legt uit waar je werkstuk over een zelf-gekozen onderwerp aan moet voldoen.
|
Level 1
|
Level 2
|
Level 3
|
|
|---|---|---|---|
| Onderwerp kiezen Informatie verzamelen | Je kiest een onderwerp en hebt daar 5 deelvragen bij bedacht, die niet met één zin zijn te beantwoorden. Je hebt informatie verzameld uit minimaal 3 bronnen en in je IB-schrift staan steekwoorden geschreven. |
Je kiest een onderwerp en hebt daar 7 deelvragen bij bedacht bij bedacht, die niet met één zin zijn te beantwoorden. Je hebt informatie verzameld uit minimaal 4 en in je IB-schrift staat een half A4-tje aan informatie geschreven. |
Je kiest een onderwerp en hebt daar 9 deelvragen bij bedacht bij bedacht, die niet met één zin zijn te beantwoorden. Je hebt informatie verzameld uit minimaal 5 bronnen en in je IB-schrift staat een heel A4 aan informatie geschreven. |
| Titel / kopjes / alinea's | Het werkstuk heeft een titel en hoofdstukken |
Het werkstuk heeft een titel, hoofdstukken en alinea's. |
Het werkstuk heeft een titel, hoofdstuk en alinea's. De alinea's zijn voorzien van kopjes. |
| Leesbaarheid Inleiding Spelling Voorkant Illustraties | Je gebruikt zinnen en je eigen woorden. Je hebt een inleiding. Je hebt hoofdletters en punten gebruikt. Je hebt een voorkant met titel, auteur. Je tekeningen en afbeeldingen maken de tekst duidelijker. |
Je gebruikt zinnen en je eigen woorden en de tekst is goed te volgen. Je hebt een inleiding waarin je uitlegt waarom je dit onderwerp koos. Je hebt hoofdletters en punten gebruikt. Je hebt minder dan 5 schrijffouten. Je hebt een voorkant met titel, auteur en een toepasselijke afbeelding. Je tekeningen en afbeeldingen maken de tekst duidelijker en je vermeld de bron. |
Je gebruikt zinnen en je eigen woorden, de tekst is plezierig om te lezen. Je hebt een inleiding waarin je uitlegt waarom je dit onderwerp koos en welke informatie in je werkstuk staat. Je hebt hoofdletters en punten gebruikt. Je hebt geen schrijffouten. Je hebt een voorkant met titel, auteur en een toepasselijke afbeelding. Je tekeningen en afbeeldingen maken de tekst duidelijker en je vermeld de bron. |
| Bronnen | Je hebt 3 bronnen gebruikt en noemt deze in een bronnenlijstje. |
Je hebt 5 verschillende bronnen gebruikt en noemt deze in een bronnenlijst. |
Je hebt 7 of meer verschillende bronnen gebruikt en noemt deze in een bronnenlijst. |
| Opmaak | Je verslag ziet er overzichtelijk uit. Nieuwe hoofdstukken starten op een bladzijde. |
Je verslag ziet er overzichtelijk uit. Nieuwe hoofdstukken starten op een bladzijde, Je gebruikt andere grootte lettertypes om verschillende onderdelen van het verslag te laten zien. |
Je verslag ziet er overzichtelijk uit. Nieuwe hoofdstukken starten op een bladzijde, Je gebruikt andere grootte lettertypes om verschillende onderdelen van het verslag te laten zien. Je hebt een inhoudsopgave. |
Je kiest een onderwerp en hebt daar 5 deelvragen bij bedacht, die niet met één zin zijn te beantwoorden.
Je hebt informatie verzameld uit minimaal 3 bronnen en in je IB-schrift staan steekwoorden geschreven.
Je kiest een onderwerp en hebt daar 7 deelvragen bij bedacht bij bedacht, die niet met één zin zijn te beantwoorden.
Je hebt informatie verzameld uit minimaal 4 en in je IB-schrift staat een half A4-tje aan informatie geschreven.
Je kiest een onderwerp en hebt daar 9 deelvragen bij bedacht bij bedacht, die niet met één zin zijn te beantwoorden.
Je hebt informatie verzameld uit minimaal 5 bronnen en in je IB-schrift staat een heel A4 aan informatie geschreven.
Het werkstuk heeft een titel en hoofdstukken
Het werkstuk heeft een titel, hoofdstukken en alinea's.
Het werkstuk heeft een titel, hoofdstuk en alinea's. De alinea's zijn voorzien van kopjes.
Je gebruikt zinnen en je eigen woorden.
Je hebt een inleiding.
Je hebt hoofdletters en punten gebruikt.
Je hebt een voorkant met titel, auteur.
Je tekeningen en afbeeldingen maken de tekst duidelijker.
Je gebruikt zinnen en je eigen woorden en de tekst is goed te volgen.
Je hebt een inleiding waarin je uitlegt waarom je dit onderwerp koos.
Je hebt hoofdletters en punten gebruikt. Je hebt minder dan 5 schrijffouten.
Je hebt een voorkant met titel, auteur en een toepasselijke afbeelding.
Je tekeningen en afbeeldingen maken de tekst duidelijker en je vermeld de bron.
Je gebruikt zinnen en je eigen woorden, de tekst is plezierig om te lezen.
Je hebt een inleiding waarin je uitlegt waarom je dit onderwerp koos en welke informatie in je werkstuk staat.
Je hebt hoofdletters en punten gebruikt. Je hebt geen schrijffouten.
Je hebt een voorkant met titel, auteur en een toepasselijke afbeelding.
Je tekeningen en afbeeldingen maken de tekst duidelijker en je vermeld de bron.
Je hebt 3 bronnen gebruikt en noemt deze in een bronnenlijstje.
Je hebt 5 verschillende bronnen gebruikt en noemt deze in een bronnenlijst.
Je hebt 7 of meer verschillende bronnen gebruikt en noemt deze in een bronnenlijst.
Je verslag ziet er overzichtelijk uit. Nieuwe hoofdstukken starten op een bladzijde.
Je verslag ziet er overzichtelijk uit. Nieuwe hoofdstukken starten op een bladzijde, Je gebruikt andere grootte lettertypes om verschillende onderdelen van het verslag te laten zien.
Je verslag ziet er overzichtelijk uit. Nieuwe hoofdstukken starten op een bladzijde, Je gebruikt andere grootte lettertypes om verschillende onderdelen van het verslag te laten zien. Je hebt een inhoudsopgave.