HNE_frisbee_LO2_klas_3

Frisbee

Aanvaller met frisbee

0 tot 1.5 punten

Je gooit de frisbee weg zonder dat je kijkt naar wie je de frisbee gooit.

1.5 tot 3 punten

Je kijkt of de frisbee overgespeeld kan worden naar een speler die dichtbij staat.

Je werpt de frisbee vaak te gehaast

3 tot 4 punten

Je kijkt of de frisbee overgespeeld kan worden naar een speler die dichtbij staat.

Je gooit de frisbee zodat andere spelers de frisbee meestal goed kunnen vangen.

4 tot 5 punten

Je gooit de frisbee zodat andere spelers de frisbee meestal goed kunnen vangen.

Je maakt schijnbewegingen.

Aanvaller zonder frisbee

0 tot 1.5 punten

Je blijft op de dezelfde plaats staan.

Je laat de frisbee vaak vallen.

1.5 tot 3 punten

Je vangt een rustig geworpen frisbee.

Je bent in de buurt van de frisbee.

Je loopt naar de frisbee(bezitter).

3 tot 4 punten

Je vangt ook strak geworpen frisbees.

Je bent vaak aanspeelbaar.

Je loopt vrij van je verdediger.

4 tot 5 punten

Je vangt ook moeilijk geworpen frisbees.

Je bent heel vaak goed aanspeelbaar.

Je loopt snel vrij zodat ook anderen aanspeelbaar zijn.

Verdediger van speler met frisbee

0 tot 1.5 punten

Je geeft de frisbee-bezitter alle ruimte om te werpen.

1.5 tot 3 punten

Je staat tussen de frisbeebezitter en de eindzone.

3 tot 4 punten

Je staat voor de speler, die met de backhand de frisbee wil gooien.

4 tot 5 punten

Je blokkeert de frisbee met handen en voeten

Verdediger van speler zonder frisbee

0 tot 1.5 punten

Je geeft je tegenstander veel ruimte om de frisbee te vangen.

1.5 tot 3 punten

Je staat voor je tegenstander.


Je volgt de frisbee.

Je gaat bij verlies van de frisbee terug in de verdediging.

3 tot 4 punten

Je verdedigt de speler die het dichtst bij staat.

Je vangt de frisbee in de lucht of houdt de frisbee tegen.

4 tot 5 punten

Je vangt de frisbee in de lucht of slaat die op de grond.