Werkstuk

Hoe menselijk gedrag gevolgen heeft voor dieren.

Informatie verzamelen

Je hebt informatie verzameld en in je IB-schrift staan steekwoorden geschreven.

Je hebt informatie verzameld en in je IB-schrift staat een half A4-tje aan informatie geschreven.

Je hebt informatie verzameld en in je IB-schrift staat een heel A4 aan informatie geschreven.

Titel / kopjes / alinea's

Het werkstuk heeft een titel.

Het werkstuk heeft een titel en alinea's.

Het werkstuk heeft een titel en alinea's. De alinea's zijn voorzien van kopjes.

Spelling

Je hebt hoofdletters en punten gebruikt.

Je hebt hoofdletters en punten gebruikt. Je hebt minder dan 5 schrijffouten.

Je hebt hoofdletters en punten gebruikt. Je hebt geen schrijffouten.

Bronnen

Je hebt 1 bron gebruikt en noemt deze in een bronnenlijstje.

Je hebt 2 verschillende bronnen gebruikt en noemt deze in een bronnenlijst.

Je hebt 3 of meer verschillende bronnen gebruikt en noemt deze in een bronnenlijst.

Probleemstelling

Je benoemt de vraag van het discussiekaartje in je werkstuk of het onderwerp.

Je benoemt het onderwerp en de vraag van het discussiekaartje in je werkstuk.

Je benoemt het onderwerp de vraag van het discussiekaartje in je werkstuk en deze zijn beide duidelijk.

Oorzaak

Je noemt 1 oorzaak van het probleem en geeft een voorbeeld hiervan.

Je noemt 2 oorzaken van het probleem en geeft voorbeelden hiervan.

Je noemt 3 oorzaken van het probleem en geeft voorbeelden hiervan.

Oplossing

Je geeft een oplossing die jezelf zou kunnen doen of een oplossing voor een bedrijf.

Je geeft een oplossing die jezelf zou kunnen doen en een oplossing voor een bedrijf.

Je geeft een oplossing die jezelf zou kunnen doen en geeft voorbeelden hoe je in de actie zou kunnen komen.
Je geeft een of meerdere oplossingen voor een of meerdere bedrijven.