Duurloop 1500 meter
Je hebt moeite om een bepaalde snelheid vast te houden en moet steeds wandelen
Je hoeft maar 1 of 2 keer te wandelen
Je kun de hele tijd blijven rennen op een laag tempo.
Je kunt de hele tijd blijven rennen op een stevig looptempo en kunt goed inschatten hoe je dit vol kunt houden.
Je kunt de hele tijd op een hoog tempo blijven rennen en kunt perfect inschatten waarbij je het uiterste uit jezelf kunt halen zonder terug te vallen.
Je verliest veel energie doordat je niet soepel loopt, je erg onrustig beweegt met je lichaam tijdens het lopen en het lukt je nog niet om in een lekker loopritme te komen.
Je loopt soms met een redelijke techniek waardoor je een ritme voelt. Je verspeelt nog veel energie tijdens het lopen.
Je komt meer dan de helft van de tijd in een lekker loopritme, waarbij je zo min mogelijk energie verliest door je looptechniek.
De meeste tijd loop je met een soepele techniek. Je moet hier wel de aandacht bij houden.
Je loopt continu met een soepele techniek en je hoeft hier niet meer over na te denken. Het gaat automatisch.
Tijdens de loop noteer je de tijden van mijn duo klasgenoot.
Tijdens de loop noteer je de tijden van je duo klasgenoot en moedig je hem/ haar bij start/ finish aan.
Tijdens de loop noteer je de tijden en moedig jij je duo klasgnoot bij start/finish aan. Je geeft dan ook tijdig een gerichte tip en/of top.
Vooraf bespreek jij het doel van je duo klasgenoot. Tijdens de loop noteer je de tijden en moedig je hem/ haar bij start/ finish aan. Je geeft dan ook tijdig een gerichte tip en/of top.
Vooraf bespreek je het doel van je duo klasgenoot. Tijdens de loop noteer je de tijden en moedig je hem/ haar bij start finish aan. Je geeft dan ook tijdig een gerichte tip en/of top. Na de activiteit bespreek je na hoe het ging en wat een doel is voor de volgende keer.