Volleybal spel en techniek
Ik serveer met de onderhands of bovenhandse techniek vaak tegen het net, in je eigen veld of naast het veld.
Ik serveer met de bovenhandse of onderhandse techniek met een hoge boog vaak over het net maar buiten het veld.
Ik serveer met de bovenhandse of onderhandse techniek over het net. De bal komt in het veld van de tegenstander. De bal is speelbaar voor de tegenstander.
Ik serveer strak over het net. De bal komt gericht in het veld van de tegenstander. De bal lastig te controleren voor de tegenstander.
Ik serveer met de bovenhandse techniek strak over het net. Jij kan bepalen waar de bal neer komt. De tegenstander kan de bal lastig controleren.
Ik ben een expert in bewegen en help anderen om beter te worden.
Ik speel de bal met een hand/arm of beide handen los van elkaar.
Ik speel de bal met de handen bij elkaar, maar niet in elkaar gevouwen.
Ik speel de bal met de handen/onderarmen op de juiste manier in elkaar gevouwen. hierbij komt alle kracht uit de armen.
Ik speel de bal met de onderarmen. waarbij de handen op je juiste manier in elkaar gevouwen zijn. Hierbij komt de kracht uit de benen.
Ik speel de bal met de onderarmen. waarbij de handen op je juiste manier in elkaar gevouwen zijn. Hierbij komt de kracht uit de benen. Ik bepaald waar de bal heen gaat.
Ik ben een expert in bewegen en help anderen om beter te worden.
Ik speel de bal met vlakke/platte handen.
Ik speel de bal met de handen in een driehoek waarbij de vingertoppen de bal raken. Ik; en omstanders horen nog veel geluid zodra de bal geraakt wordt.
Ik speel de bal met de handen in een driehoek en wordt geduwd door de armen en de handen klappen naar buiten bij uitduwen.
Ik speel de bal met de handen in een driehoek en wordt geduwd door de armen waarbij de handen naar buiten klappen en de benen veren mee.
Ik speel de bal met de handen in een driehoek en er wordt geduwd door de armen waarbij de handen naar buiten klappen en de benen veren mee. Ik bepaal waar de bal heen gaat.
Ik ben een expert in bewegen en help anderen om beter te worden.
Ik sta passief in het veld en ik stap weg van de bal als deze op mij af komt. De spelregels zijn onbekend.
Ik sta passief in het veld. reageer soms als er een bal op mij af komt. De spelregels zijn onbekend
Ik sta actief in het veld en ik begrijp waar ik moet staan. Ik reageer altijd als er een bal op mij af komt. De spelregels zijn bekend.
Ik sta actief in het veld en ik begrijp waar ik moet staan. ik weet wanneer er doorgedraaid moet worden. Ik reageer altijd als er een bal op mij af komt. De spelregels zijn bekend
Ik sta actief in het veld en ik begrijp waar ik moet staan. ik weet wanneer er doorgedraaid moet worden. Ik reageer altijd als er een bal op mij af komt en kan de bal spelen naar de plek dat ik wil. De spelregels zijn bekend.
Ik ben een expert in bewegen en help anderen om beter te worden.