Atletiek kogelstoten 3e jaar
Stoothouding
B

Je staat niet met je rug naar de werprichting, je elleboog wijst omlaag.

A1

Je staat met je rug naar de werprichting,  gewicht op werpvoet en je staat laag. Elleboog wijst omlaag.

A2

A1 met elleboog zijw. Na verplaatsing sta je recht in plaats van laag met je gewicht op je achterste voet.

A3

A2 maar je blijft goed laag, je gewicht is op je achterste voet.

Verplaatsing
B

Je stapt de verplaatsing, je gebruikt geen voorspanning.

A1

Je voert een achterwaartse bijtrekpas uit, je gebruikt onvoldoende voorspanning.

A2

Je voert een achterwaartse schuifpas uit, maar je komt omhoog. Je gewicht op je achterste voet houden is nog moeilijk.

A3

Je voert een achterwaartse schuifpas uit, blijft laag en houdt goed je gewicht op je achterste voet.

Stoottechniek
B

Je houdt de kogel in je handpalm en niet tegen je hals. Je werpt de kogel in plaats van te stoten.

A1

De kogel rust op je vingers en start in je hals, maar je werpt nog teveel.

A2

De kogel rust op je vingers en start in je hals, je elleboog is hoog. Je stoot de kogel weg.

A3

De kogel rust op je vingers en start in je hals, je elleboog is hoog. Je stoot de kogel weg en maakt gebruik van je benen.