Lichamelijke opvoeding (LO)

Circus klas 1. Als leerling kies je één onderdeel uit om je in te ontwikkelen. 

 

  Brons Zilver Goud Platina
Grote en kleine circusbal

Je kan een afstand van minimaal 9 meter afleggen op de grote circusbal op een lange mat.

Je kan zowel voorwaarts en achterwaarts verplaatsen over minimaal 9 meter met de grote circusbal op de grond.

Je kan je voorwaarts en achterwaarts 9 meter verplaatsen, slalommen en een extra truc met de grote circusbal.

Je kan de onderdelen van goud en daarnaast deze act combineren met een ander onderdeel.

Eenwieler

-

-

Je kan een afstand van 9 meter afleggen op een eenwieler.

Je kan met de eenwieler door de gehele zaal verplaatsen en combineren met een ander onderdeel.

Jongleren

Je kan minimaal tien keer met drie doekjes jongleren.

Je kan minimaal tien keer met drie balletjes jongleren.

Je kan minimaal tien keer met drie ringen of knotsen jongleren.

Je kan het jongleren combineren met een ander onderdeel.

Diabolo

Je kan de diabolo op gang houden.

Je kan minimaal één trucje met de diabolo.

Je kan minimaal drie trucjes met de diabolo.

Je kan minimaal vier trucjes met diabolo gecombineerd met een ander onderdeel.

Stelten

Je kan minimaal 9 meter lopen op stelten.

Je kan zowel voorwaarts als achterwaarts 9 meter lopen op stelten.

Je kan naast 9 meter voorwaarts en achterwaarts lopen ook nog twee trucjes op stelten.

-

Dubbele of enkele pedalo

Je kan minimaal 9 meter vooruit bewegen op de pedalo.

Je kan zowel vooruit als achteruit 9 meter bewegen op de pedalo.

Je kan minimaal één onderdeel combineren op de pedalo.

Je kan minimaal twee onderdelen combineren op de pedalo.

Ton/buis

Je kan minimaal 5 meter voorwaarts bewegen op de lange mat.

Je kan minimaal 5 meter vooruit als achteruit bewegen op de lange mat.

Je kan naast 5 meter voor en achteruit minimaal één trucje uitvoeren op de ton/buis op de vloer.

Je kan minimaal één onderdeel combineren op de ton/buis.

Slackline

Je kan minimaal 10 seconden balanceren op de slackline met een lichte ondersteuning.

Je kan minimaal 10 seconden balanceren op de slackline zonder ondersteuning.

Je kan minimaal 6 passen lopen over de slackline.

Je kan minimaal één truc uitvoeren tijdens het lopen op de slackline.

Ropeskipping

Je kan 1 ropeskipping trick.

Je kan 2 ropeskipping tricks.

Je kan 3 ropeskipping tricks.

Je kan 4 of meer ropeskipping tricks.

Jongleerbord

Je kan het bordje aan het draaien houden op het stokje.

Je kan het bordje laten draaien door te starten met het bordje aan de rand.

Je kan minimaal 2 trucjes met een draaiend bordje.

Je kan minimaal één onderdeel combineren met het draaien van een jongleerbord.

Log in om deze rubric te printen
of binnen jouw account aan te passen.