Lichamelijke opvoeding (LO)

Klas 1, gooien en vangen 

 

  Brons Zilver Goud Platina
Gooien

Het lukt mij niet om de frisbee over korte en lange afstand op maat te gooien. De frisbee valt vaak op de grond nadat ik de frisbee gegooid heb. 

Ik vind het lastig de frisbee over korte en lange afstand op maat te gooien. Ik heb duidelijk één voorkeursworp die ik steeds gebruik. Het lukt mij regelmatig deze worptechniek toe te passen tijdens het spel. 

Ik kan de frisbee over korte stukken goed op maat gooien. Langere afstand is soms nog lastig. Ik probeer verschillende worp technieken toe te passen. Het lukt nog niet altijd dit goed toe te passen tijdens het spel. 

Ik kan de frisbee over korte en lange afstand goed op maat gooien. Ik beheers daarbij goed de verschillende worp technieken. Tijdens het spel wissel ik af in worpen zodat de frisbee altijd goed aankomt. 

Vangen

Ik kan maximaal 1 van de 5 keer een goed aangegooide frisbee vangen over een afstand van 10 meter.  

Ik kan minimaal 2 of 3 van de 5 keer een goed aangegooide frisbee vangen over een afstand van 10 meter.  

Ik kan minimaal 4 van de 5 keer een goed aangegooide frisbee vangen over een afstand van 10 meter.   

Ik kan minimaal 4 van de 5 keer een frisbee vangen over een afstand van 10 meter. Ook moeilijk aangegooide frisbees kan ik vangen.  

Log in om deze rubric te printen
of binnen jouw account aan te passen.