Lichamelijke opvoeding (LO)

Techniek, aanval en verdedigen

 

  1 2 3 4 5
dribbelen

Als ik moet dribbelen, dan wandel ik meestal. Als ik te snel ga, dan raak ik de bal kwijt.

Als ik dribbel, dan kan ik dat hollend en heb ik de bal onder controle. Ik kijk nog wel naar de bal.

Ik kan dribbelen met links en rechts en dan blijft de bal mij me. Ik kijk goed om me heen.

Ik kan met mijn dribbel een tegenstander passeren en hoef bijna niet meer naar de bal te kijken.


Ik kan dribbelen met schijnbewegingen en kan anderen uitleggen hoe ze goed moeten dribbelen zonder fouten.

Aanval

Als ik de bal krijg weet ik niet zo goed wat ik moet doen. Het lukt mij niet om de bal snel over te spelen zodat de tegenstander deze niet kan onderscheppen.

Het lukt me steeds vaker om de bal over te spelen. Wel loop ik mijzelf vaak vast tussen de verdediging van de tegenstander. Af en toe lukt het om een schot te maken.

Ik speel goed over naar een vrije medespeler en loop vrij zodat ik de bal kan ontvangen. Het lukt om zo vrij te lopen dat ik een schot op de basket kan maken.

Ik speel op het juiste moment over naar mijn medespelers wanneer zij vrijstaan. Ik zorg er voor dat ik zelf vrij kom te staan door slim te lopen en zorg er voor dat mijn teamgenoten vrij komen te staan. Het lukt mij vaak om een schot te maken op de basket.

Ik ben altijd aanspeelbaar voor mijn medespelers. Ook geef ik aanwijzingen aan mijn teamgenoten zodat zij ook vrij komen te staan.  Als ik een schot maak op de basket gaat deze vaak raak.

Verdedigen

Als de tegenstander de bal heeft weet ik niet zo goed waar ik moet lopen in het veld zodat ik kan verdedigen. De tegenstander speelt mij vaak voorbij.

Het lukt mij om tussen de basket en de tegenstander te staan maar wanneer de tegenstander de bal overspeelt vind ik het moeilijk om die te onderscheppen.

Ik sta tussen de basket en de tegenstander waarbij het mij lukt om de bal te onderscheppen die de tegenstander probeert over te spelen.

Ik sta altijd tussen de basket en de tegenstander en zorg er voor dat ik meeloop op het moment dat de tegenstander zich verplaatst.

Ik sta altijd tussen de basket en de tegenstander en zorg er voor dat er niet overgespeeld kan worden. Ik stuur ook mijn teamgenoten aan zodat zij ook een goede positie in het veld innemen. 


Deze rubric is ontwikkeld op basis van de rubric Basketbal

Log in om deze rubric te printen
of binnen jouw account aan te passen.