Lichamelijke opvoeding (LO)

Rubric voor speerwerpen BSM havo 4 

  Onvoldoende
Voldoende
Goed
Uitstekend
Veiligheid

Draagt de speer buiten de werpzone rechtop met punt naar beneden. 

Draagt de speer buiten de werpzone rechtop met punt naar beneden en houdt zich hierbij aan veiligheidsinstructies. 

Draagt de speer buiten de werpzone rechtop met punt naar beneden, houdt zich hierbij aan de veiligheidsinstructies en heeft oog voor de veiligheid van alle deelnemers tijdens de les. 

Draagt de speer buiten de werpzone rechtop met de punt naar beneden, houdt zich goed aan de veiligheidsinstructies en heeft oog voor de veiligheid van alle deelnemers tijden de les en coacht medeleerlingen hierin. 

De aanloop

Maakt weinig snelheid in de aanloop en brengt werparm nauwelijks naar achteren. 

Maakt enige snelheid in de aanloop, gebruik makende van een 3-pas aanloop. 

Maakt snelheid binnen een 5-pas aanloop, waarbij de snelheid van de aanloop door wordt gegeven aan de speer door een laatste blokkerende pas die voor de afworplijn gemaakt wordt.  

Maakt snelheid met ten minste een 5-pas aanloop, waarbij de snelheid van de aanloop door wordt gegeven aan de speer door een laatste blokkerende pas die bijna tegen de afworplijn gemaakt wordt.

De spanboog

Gebruikt alleen de kracht van de arm om de speer te werpen. 

Brengt met snelheid vanuit de aanloop de heup naar voren waarbij de werparm gestrekt naar achteren is. 

Brengt met snelheid vanuit de aanloop de heup naar voren waarbij de werparm gestrekt naar achteren is en maakt optimaal gebruik van de rem-hefwerking en spanboog die daarbij is opgebouwd. 

De afworp

Werpt de speer achter de werplijn en speer landt met de punt als eerste in de grond. 

Werpt de speer in een rechte lijn van achteren, langs het oor naar voren en de speer landt met de punt als eerste in de grond. 

Werpt de speer in een rechte lijn van achteren, langs het oor naar voren waarbij de gebruikte kracht door de punt van de speer gaat en de speer landt met de punt als eerste in de grond. De werper wijst met de werparm naar de plek waar de speer in de grond moet komen.

Werpt de speer in een rechte lijn van achteren, langs het oor naar voren waarbij de gebruikte kracht recht door de punt van de speer gaat met een duidelijke versnelling in de arm waarbij de speer als eerste met de punt in de grond landt. De werper wijst met de werparm naar de plek waar de speer in de grond moet komen. 

Log in om deze rubric te printen
of binnen jouw account aan te passen.