Biologie

Met deze Rubric kan het draaiboek beoordeeld worden. 

  Onvoldoende (-) Voldoende (+) Uitstekend (++)
De leerlingen verzamelen informatie uit wetenschappelijke bronnen rekening houdend met de criteria voor een goede bron.

De leerlingen maken gebruik van irrelevante bronnen of bronnen die te weinig wetenschappelijk achtergrond hebben. De leerlingen raadplegen geen anderstalige bronnen. 

De leerlingen maken gebruik van relevante bronnen. De bronnen hebben voldoende achtergrond om correct gebruikt te kunnen worden. De leerlingen gebruiken een anderstalige bron. 

De leerlingen maken gebruik van relevante en voldoende wetenschappelijk onderbouwde bronnen. De leerlingen maken gebruik van meerdere anderstalige bronnen. 

De leerlingen maken gebruik van wiskundige kennis om epidemiologische voorspellingen te doen.

De leerlingen werken de wiskundige component fout of onvoldoende uit. De leerlingen formuleren een foute voorspelling of maatregel aan de hand van de wiskundige component. (bijvoorbeeld geen maatregelen nodig bij een parabolische toename van besmettingen). 

De leerlingen werken de wiskundige component voldoende uit. De leerlingen formuleren een voorspelling en maatregelen aan de hand van de wiskundige component.  

De leerlingen werken de wiskundige component uitgebreid en juist uit. Ze gebruiken de grafiek om hun bevindingen te staven. 

De leerlingen verweren inzichten en zetten deze in bij het bedenken van oplossingen.

De componenten van het draaiboek zijn onvoldoende uitgewerkt. De gevonden informatie is eerder foutief. Er wordt geen rekening gehouden met deze aspecten bij het formuleren van de eindconclusie. 

De componenten van het draaiboek zijn degelijk uitgewerkt. Er wordt rekening gehouden met deze aspecten bij het formuleren van de eindconclusie.

De componenten van het draaiboek zijn uitgebreid uitgewerkt. De leerlingen gebruiken deze inzichten om tot constructieve maatregelen te komen die zowel politiek als de bevolking kunnen overtuigen. 

De leerlingen treden op een constructieve manier in dialoog met anderen. Hierbij wordt rekening gehouden met de verschillende opvattingen van een ander.

Er zijn vaak meningsverschillen binnen de groep. De groepsleden kunnen moeilijk respectvol met elkaar omgaan. De leerkracht moet meermaals bemiddelen.

Er zijn beperkte meningsverschillen binnen de groep. De groepsleden kunnen respectvol met elkaar omgaan. De leerkracht moet soms bemiddelen.

Er zijn weinig meningsverschillen binnen de groep. De groepsleden kunnen respectvol met elkaar omgaan en zelf tot oplossingen komen. De leerkracht moet niet bemiddelen.

Log in om deze rubric te printen
of binnen jouw account aan te passen.