Lichamelijke opvoeding (LO)

 

 
Afzet

De afzet vindt te vroeg of te laat plaats, waardoor de kans is dat één van beide voeten niet aan de grond komt. Beide voeten worden, wanneer ze de grond raken, aan één kant van de middenlijn geplaatst.

De afzet gebeurt meestal recht onder het ophangpunt van de ringen. Waarbij twee voeten, één voor en één achter de middenlijn, worden geplaatst.

De afzet gebeurt constant recht onder het ophangpunt van de ringen. Waarbij twee voeten, één voor en één achter de middenlijn, worden geplaatst.

Voorzwaai

Er is geen sprake van een bolle houding op het hoogste punt. Het lichaam is recht of hol en er kan sprake zijn van gebogen benen.

Er is sprake van een hoekhouding. Je gooit wel de benen omhoog, maar er is sprake van een hoek in de heupen.

Op het hoogste punt is er sprake van een bolle houding van je rug en in de fase voor en na dit punt is er sprake van een holle houding.

Achetrzwaai

Er is geen sprake van een holle houding op het hoogste punt. Het lichaam is recht, waarbij er sprake kan zijn van gebogen benen.

Je probeert een holle houding aan te nemen op het hoogste punt, maar dit lukt maar deels. Het zit tussen recht en hol in.

Op het hoogste punt is er sprake van een extreem holle houding van je rug en in de fase voor en na dit punt is er sprake van een bolle houding.

Landing

Je laat duidelijk te vroeg of te laat los, hierdoor heb je nog snelheid voor- of achteruit tijdens het landen. De landing kan hierdoor niet stabiel zijn.

Je laat nog net te vroeg of te laat los. Landing is over het algemeen redelijk stabiel.

Er wordt op het dode punt (hoogste punt) los gelaten, waardoor er een stabiele landing volgt.

Energie

Je komt niet snel in de zwaai (duurt zeker 4 afzetten) en er is geen duidelijke zwaaivergroting te zien. Er zijn geen duidelijke hol/bol houdingen te zien.

Je komt redelijk snel in de zwaai (na 3 keer afzetten) en er is iets van een zwaaivergroting te zien.  Er zijn wel hol/bol houdingen te zien, maar niet altijd op de juiste momenten.

Je komt snel in de zwaai (na twee keer afzetten) en er is een duidelijke zwaaivergroting te zien. Er wordt duidelijk snelheid gemaakt door het actief hol/bol maken op de juiste momenten.

Halve/ hele draai

De halve draai lukt niet of niet op de juiste moment (te vroeg of te laat) en wordt niet volgens de techniek ingezet. De benen zijn gebogen.

Je maakt een mooie halve draai (op het juiste moment) of een hele draai die je te vroeg of te laat inzet.

Je maakt een hele draai, waarbij je op tijd klaar bent met draaien voor het maken van een goede afzet.

Log in om deze rubric te printen
of binnen jouw account aan te passen.