Lichamelijke opvoeding (LO)

LO2 - Enkelspel 

  Level 1
Level 2
Level 3
Level 4
1. Serveren
  • Je serveert ongeplaatst naar de overkant.
  • Je serveert geplaatst met lage shuttlesnelheid.
  • Je kan op 1 manier serveren (forehand of backhand)
  • Je serveert geplaatst en/of met hoge shuttlesnelheid.
  • Ja kan een backhand en een forehand opslag en bekijkt gericht welke nodig is.
  • Je serveert gevarieerd met oog op vervolgactie.
  • Je serveert kort en diep
2. Opbouwen van de aanval
  • Je verplaatst te laat naar de shuttle.
  • Je raakt alleen traag aangespeelde shuttles.
  • Je slaat de shuttle regelmatig mis, uit of ongericht terug.
  • Je speelt de shuttle terug met voorkeurskant 

           (fore- of backhand).

  • Je verplaatst op tijd naar eenvoudig geslagen shuttles.
  •  Je speelt de shuttle regelmatig met zowel fore- als backhand terug.
  • Je speelt de shuttle gericht terug.
  • Je haalt tegenspeler uit positie.
  • Je verplaatst op tijd naar scherp geslagen shuttles.
  • Je speelt ook snellere shuttles terug.
  •  Je raakt de shuttle voor je.
  • Je herstelt je direct naar de nieuwe positie.
  • Je neemt de shuttle snel en weet hem gericht terug te spelen.
  • Je speelt met schijnacties.
3. Scoren
  • Je komt nauwelijks tot scoren.
  • Je benut veel scoringskansen
  •  Je scoort door gericht te plaatsen.
  • Je kiest het juiste moment om te scoren.
  • Je scoort met harde aanvalsslag. (smash)
  • Je scoort door te variĆ«ren in shuttlesnelheid.
  • Je scoort door de shuttle snel te nemen.
  • Je scoort met schijnacties.
  • Je scoort door de shuttle zo te plaatsen dat de ander er niet bij kan
  • Je laat geen mogelijkheid tot scoren onbenut.
4. Spelregelkennis
  • Je wordt door anderen op spelregels gewezen.
  • Je speelt vaak volgens de afgesproken spelregels.
  • Je speelt altijd volgens de afgesproken spelregels.
  • Je coacht anderen over spelregels.

Log in om deze rubric te printen
of binnen jouw account aan te passen.