Lichamelijke opvoeding (LO)

Techniek en Spel 

  IJzer
Brons
Zilver
Goud
Platina
dribbelen

Als ik moet dribbelen, dan wandel ik meestal. Als ik te snel ga, dan raak ik de bal kwijt.

Als ik dribbel, dan kan ik dat hollend en heb ik de bal onder controle. Ik kijk nog wel naar de bal.

Ik kan dribbelen met links en rechts en dan blijft de bal mij me. Ik kijk goed om me heen.

Ik kan met mijn dribbel een tegenstander passeren en hoef bijna niet meer naar de bal te kijken.


Ik kan dribbelen met schijnbewegingen en kan anderen uitleggen hoe ze goed moeten dribbelen zonder fouten.

Spel
  • Als ik de bal krijg weet ik niet zo goed wat ik moet doen
  • Ik blijf meestal staan als de anderen in de aanval gaan
  • het lukt me steeds vaker om de bal over te spelen
  • Ik sta regelmatig vrij om de bal te krijgen
  • Ik speel goed over naar een vrije medespeler
  • Ik loop probeer steeds vrij te lopen om de bal te krijgen
  • Ik speel op het juiste moment over naar mijn medespelers
  • Ik loop slim vrij en zorg dat anderen ook vrij komen te staan
  • Ik geeft aanwijzingen aan mijn medespelers een zorg dat zij beter gaan spelen
  • Ik ben altijd aanspeelbaar voor mijn medespelers

Log in om deze rubric te printen
of binnen jouw account aan te passen.