Lichamelijke opvoeding (LO)

in deze rubric kun je zien hoe je punten kunt scoren op het onderdeel werpen vangen en mikken. om een voldoende te scoren moet je minimaal 6 punten halen de rubric is opgesteld aan de hand van de volgende doelstellingen doelstelling gooien: het kunnen boven of onderhands kunnen gooien van een tennis bal met een strekworp doelstelling vangen: het twee handig kunnen vangen van een tennis bal doelstelling mikken: het gericht kunnen gooien met een boven of onderhandse strekworp op een afstand van 10 meter. 

  onvoldoende: 1 punt
voldoende: 2 punten
goed: 3 punten
uitmuntend: 4 punten
techniek gooien

de leerling is niet in staat om met een bovenhandse of onderhandse techniek de bal te werpen en hierbij tot een strekking in de gooi arm te komen. het tegenovergesteld been van de gooi arm staat vooruit gestapt

de leerling is instaat om met een bovenhandse of onderhandse techniek de bal te werpen zonder tot een strekking in de gooi arm te komen. het tegenovergesteld been van de gooi arm staat vooruit gestapt

de leerling is instaat om met zowel een onderhandse als een bovenhandse techniek de bal te werpen zonder tot een strekking in de gooi arm te komen. het tegenovergesteld been van de gooi arm staat vooruit gestapt

de leerling is instaat om met zowel een onderhandse als bovenhandse techniek de bal met een strekworp te gooien. het tegenovergesteld been van de gooi arm staat vooruit gestapt

mikken

de leerling is niet instaat de bal met een bovenhandse of onderhandse techniek in de handen van de mede leerlingen te gooien. deze leerlingen staat op een afstand van 10 meter.  de leerling die vangt mag niet meer dan een meter naar voor, achter, links of rechts uitwijken .het tegenovergesteld been van de gooi arm staat vooruit gestapt

de leerling is instaat de bal met een bovenhandse of onderhandse techniek in de handen van de mede leerlingen te gooien. deze leerlingen staat op een afstand van 10 meter. de leerling die vangt mag uitwijken naar voor, achter, links of rechts uitwijken. de leerling krijgt 2 kansen om te laten zien de bovengenoemde kwaliteiten te kunnen bewerkstelligen. het tegenovergesteld been van de gooi arm staat vooruit gestapt

de leerling is instaat de bal met een bovenhandse of onderhandse techniek in de handen van de mede leerlingen te gooien. deze leerlingen staat op een afstand van 10 meter.  de leerling die vangt mag niet meer dan een 1 meter uitwijken naar links, rechts, voor of naar achter. de leerling krijgt 2 kansen om te laten zien de bovengenoemde kwaliteiten te kunnen bewerkstelligen. het tegenovergesteld been van de gooi arm staat vooruit gestapt

de leerling is instaat de bal met een bovenhandse of onderhandse techniek in de handen van de mede leerlingen te gooien. deze leerlingen staat op een afstand van 15 meter.  de leerling die vangt mag niet uitwijken naar links, rechts, voor of naar achter.  de leerling krijgt 2 kansen om te laten zien de bovengenoemde kwaliteiten te kunnen bewerkstelligen. het tegenovergesteld been van de gooi arm staat vooruit gestapt

vangen

De leerling is niet instaat om de aangegooide bal op welke wijze dan ook te kunnen vangen.

De leerling is instaat om de tennis bal met een tweehandig kommetje op te vangen (in de les is aangegeven op welke wijze de leerlingen de bal moeten vangen)

de leerling is instaat om de tennis bal met een eenhandig kommetje op te vangen (in de les is aangegeven op welke wijze de leerlingen de bal moeten vangen)

de leerling is instaat om de tennisbal met een eenhandige vang in een vloeiende beweging weer terug te gooien. wanneer de bal onderhands wordt gevangen gooit de leerling de bal vanuit die houding de bal vloeiend door met een bovenhandse strek worp. dit doet de leerling ook op de tegenovergestelde manier wanneer de bal bovenhands gevangen wordt. 

Log in om deze rubric te printen
of binnen jouw account aan te passen.