Lichamelijke opvoeding (LO)

 

 
Tweepas

Je hebt moeite met de twee passen, soms lukt dit en soms is het één of zijn het er drie.

De twee passen lukken al aardig goed, je hebt alleen weinig tot geen zwaaivergroting.

De twee passen gaan goed, je zorgt voor zwaaivergroting.

De passen gaan in een vloeiende beweging, zodat je voor erg veel zwaaivergroting zorgt.

Opschoppen op hoogste punt

Je schopt te vroeg of te laat op, waardoor je niet hoger gaat zwaaien.

Je schopt meestal op het juiste moment op, waardoor je iets hoger gaat zwaaien.

Je schopt op het juiste moment op, waardoor je hoger gaat zwaaien.

Het opschoppen doe je zo goed, dat je erg veel snelheid krijgt.

Afsprong achter

Je springt te vroeg of te laat af, waardoor je niet gelijk stil staat op de mat.

Je springt meestal op het juiste moment af.

Je springt op het juiste moment af.

Je springt op een hoog punt en op het juiste moment af, je landt netjes op de mat.

Log in om deze rubric te printen
of binnen jouw account aan te passen.