Lichamelijke opvoeding (LO)

In deze rubric worden 3 verschillende leerlijnen beschreven: van rollen naar salto v.o., van hangen in zwaai naar zwaaien in hang, van hurkwenden naar arabier. 

  Level 1
Level 2
Level 3
Level 4
Level 5
Van rollen naar salto voorover

Ik maak (met hulp) een rol voorover.

Ik maak (met hulp) een rol op verhoogd vlak met insprong in de minitrampoline.

Ik maak een tipsalto op een verhoogd vlak met insprong in de minitrampoline en land daarbij zittend of gehurkt.

Ik maak een vrije salto op een verhoogd vlak met insprong in de minitrampoline en land daarbij staand in balans.

Ik maak een salto in de vrije ruimte na aanloop en sprong in de minitrampoline en land daarbij staand in balans en help anderen zich te verbeteren.

Van hangen in zwaai naar zwaaien in hang

Ik kan zwaaien aan de ringen met aanloop in de voorzwaai.

Ik kan zwaaien aan de ringen met een tweepas ritme in de voorzwaai.

Ik kan zwaaien aan de ringen met een tweepas ritme in beide richtingen en blijf afzetten onder het ophangpunt.

Ik kan zwaaien aan de ringen met een tweepas ritme in beide richtingen en blijf afzetten onder het ophangpunt, en kan de zwaai vergroten door de benen op te zwaaien na de afzet.

Zie level 4 en daarbij maak ik een halve draai in voor en een halve draai uit achter. Daarnaast help ik anderen om hun zwaai te verbeteren.

Van hurkwenden naar arabier

Ik kan een hurkwendsprong maken over een laag steunvlak (een bank of kastdeel)

Ik kan hurkwenden over een kast met aanloop en afzet in de minitrampoline, waarbij mijn handen ingedraaid op het midden van de kast worden geplaatst en waarbij ik land met een halve draai.

Zie level 2, waarbij de sprong ruimer wordt, het lichaam maar naar een verticale strekking gaat.

Ik kan een arabier van hoog naar laag.

Ik kan een arabier over een verhoogd steunvlak met aanloop en ik help anderen zich te verbeteren.

Log in om deze rubric te printen
of binnen jouw account aan te passen.