Duits

A2 Kan in beperkte mate meedoen aan eenvoudige gesprekken over alledaagse, bekende onderwerpen. (Opdracht: Leerlingen hebben 5 realistische, zelfgeschreven dialogen op 5 verschillende locaties voorbereid en daarbijbehorende woordenschat geleerd. Er worden tijdens het meetmoment (onverwachte) vragen gesteld aan de leerling die hij naar gelang de situatie moet kunnen beantwoorden) 

  Beginner Op weg Topper
Uitspraak

Beheerst de klanken van de taal onvoldoende om een gesprek gaande te houden.

Beheerst de klanken van de taal voldoende om een gesprek gaande te houden.

Beheerst de klanken van de taal goed en kan in een gesprek een eigen inbreng doen.

Woordenschat

Beheerst te weinig woordenschat om begrijpelijk te kunnen communiceren.

Beheerst voldoende woordenschat om begrijpelijk te kunnen communiceren.

Beheerst een grote woordenschat die past bij het onderwerp en is duidelijk in de communicatie.

Vloeiendheid

Er zit te weinig tempo in het gesprek, waardoor de communicatie onduidelijk wordt.

Het tempo van het gesprek is voldoende om begrijpelijk te communiceren.

Het tempo van het gesprek is normaal en zorgt voor heldere communicatie.

Activiteit in het gesprek

Leerling is niet in staat om gepaste antwoorden te geven op de gestelde vragen.

Leerling kan reageren op de vragen met gepaste antwoorden.

Leerling kan reageren op de vragen met gepaste antwoorden en is in staat om wedervragen te stellen.

Log in om deze rubric te printen
of binnen jouw account aan te passen.