Lichamelijke opvoeding (LO)

Je leert.. hoe je de speer moet vasthouden en hoe je moet staan, ..de aanloop, ..hoe je moet werpen en ..hoe de speer moet zweven en landen. 

  groen blauw rood zwart
Vasthouden speer en houding

Houdt de speer alleen in de vingers vast of hand als vuist,
staat niet ingedraaid, geen spreidstand, en/of hand bij het hoofd.

Duim en wijsvinger achter het handvat, speer in hand,
staat zijwaarts ingedraaid met gebogen arm en voorkant speer is hoger.

Zie vorige, vingers zijn gespreid, hand is onder,
staat in spreidstand met arm gestrekt naar achter en speer vlak langs neus.

Zie vorige, staat klaar met spierspanning leunt achterwaarts en achterste been is gebogen. 

Loopritme voor rechtshandige werper

Gooit uit stand of begint met rechter been of gooit al tijdens het lopen.

Begint met links, wandelt 3 passen en werpt in stilstand. 

Begint met links, loopt zijwaarts met 3-pas en staat stil bij de worp.

Begint met links, leunt achterwaarts tijdens 3-pas en blokkeert de laatste pas actief.

Armbeweging werparm

Verkeerde armbeweging, geen doorzwaai na de loslaten speer, laat speer te vroeg of te laat los.

Arm blijft de hele tijd krom en zwaait licht door na de afworp, laat speer voor het hoofd los. 

Arm begint gestrekt, hand gaat langs het oor en zwaait door, laat speer schuin boven het hoofd los. 

Werpt met een versnellende werparm, pols klapt om en arm zwaait door naar linker heup.

Zweven en landen

Speer gaat te vlak of te hoog en/of valt plat neer.

Speer zweeft met een boog en staat geregeld met de punt in de grond. 

Speer zweeft schuin omhoog staat meestal met de punt in de grond. 

Zie vorige en de bovenkant van de speer in de grond wijst naar achteren.


Deze rubric is ontwikkeld op basis van de rubric Speerwerpen

Log in om deze rubric te printen
of binnen jouw account aan te passen.