Lichamelijke opvoeding (LO)

Werpen & Vangen klas 1 (oud) 

  Level 1
Level 2
Level 3
Level 4
Level 5
Gooien

Ik houd de bal met 3 of 4 vingers vast. 

 

Ik stap in met de tegengestelde voet. 

 

Ik wijs de bal na 

Ik kan de bal bovenhands in de richting van de vanger gooien met gebogen arm.   

Ik kan de bal bovenhands gericht gooien. De bal maakt een boog. 

Ik draai in met de tegengestelde schouder voor.  

Ik eindig met mijn andere schouder voor 

Ik kan de bal gericht gooien over minimaal 15 meter. 

Ik werp de bal met bovenhandse strekworp.  

De bal is gericht op dezelfde hoogte. Over een afstand van minimaal 18 meter. 

Vangen

Ik raak de bal met een hand en de bal valt op de grond. 

Ik kan de bal meestal vangen. 

Ik kan de bal direct vangen met twee handen. Je handen zijn voor je lichaam.

Ik kan de bal vangen met één hand. Links of rechts geworpen vanaf 15 meter.

Ik kan de bal vangen met één hand. Zowel met links als rechts in beweging geworpen vanaf 18 meter.


Deze rubric is ontwikkeld op basis van de rubric Softbal

Log in om deze rubric te printen
of binnen jouw account aan te passen.