Lichamelijke opvoeding (LO)

Basketbal 5-5. Aangeboden vanaf klas 2. 

  Onvoldoende
Voldoende
Goed
Uitstekend
Organisatie

Je staat weinig betrokken in het veld. Posities en spelregels zijn je nauwelijks bekend

Je bent betrokken bij het spel. Je ziet  niet altijd waar de ruimte is en je bent nog moeilijk aanspeelbaar. Het doelen leidt nog niet vaak tot een doelpunt

Je bent actief betrokken bij het spel. Je loopt in de vrije ruimte, biedt jezelf aan en bent meestal aanspeelbaar. Het doelen leidt regelmatig tot een doelpunt

Je bent actief betrokken, hebt een sturende rol. Je loopt in de vrije ruimte, biedt jezelf aan en bent altijd goed aanspeelbaar. Het doelen lijdt vaak tot een doelpunt

Meedoen

Ik neem een afwachtende houding aan en praat bijna niet met een klasgenoot of docent.

OF Ik praat door de docent en mijn klasgenoten heen en ben vooral bezig met mijzelf.

Ik doe niets met de tips die de docent of medeleerlingen geven.

Ik vind het moeilijk om andere meningen te accepteren.

Ik kan tijdens discussies niet tot een oplossing of nieuw idee komen.

 Ik zet mij tijdens de oefeningen niet in

Ik probeer zelf acties te ondernemen, maar ik ben soms nog te afwachtend.

Ik ben stil tijdens de uitleg en let op.

Ik ken de organisatie waarmee gewerkt wordt in de les (veiligheid).

Ik vind het wel moeilijk om mij aan deze organisatie te houden (aanloop hoogspringen, kogelstoten).

Ik stel niet zoveel vragen (ik maak geen gebruik van videofeedback)

Ik accepteer meningen en voorstellen van anderen. Ik kan daarom tijdens de discussies tot nieuwe idee├źn en oplossingen komen.

 Ik zet mij in tijdens de oefeningen op het moment dat het moet

Ik toon tijdens het bewegen verantwoordelijkheid.

Ik ken de organisatie waarin wordt gewerkt.

Ik stel bij onduidelijkheden over de beweging vragen aan de docent of klasgenoten.

Ik help andere leerlingen wanneer zij iets niet begrijpen of wanneer een beweging niet lukt.

Ik kom in discussies met goede voorstellen, die vaak positief uitpakken

Ik probeer mijn bewegingen te verbeteren, d.m.v. video feedback.

Ik probeer tijdens de aangeboden oefeningen mijzelf iedere keer te verbeteren

Ik toon tijdens het bewegen verantwoordelijkheid.

Ik ken de organisatie waarin wordt gewerkt.

Ik stel bij onduidelijkheden over de beweging vragen aan de docent of klasgenoten.

Ik help andere leerlingen wanneer zij iets niet begrijpen of wanneer een beweging niet lukt. Dit doe ik met gerichte feedback.

Ik kom in discussies met goede voorstellen, die altijd positief uitpakken.

Ik probeer mijn bewegingen te verbeteren, d.m.v. video feedback.

Ik probeer tijdens  de aangeboden oefeningen mijzelf iedere keer te verbeteren. Ik coach op een positieve manier mijn medeleerlingen

Zelfverzekerdheid

Ik ga nauwelijks in op uitdagingen.

Ik haak snel af bij activiteiten die ik niet leuk vind.

Ik toon geen/nauwelijks interesse om mijzelf te verbeteren als beweger (of hulpverlener).

Ik ga geen bewegingsuitdagingen aan, ook als ik het wel kan

Ik ga op de meeste uitdagingen in, maar ik haak ook nog wel eens af.

Ik doe actief mee bij de activiteiten en daardoor verbeter ik mijzelf.

Ik ga soms de bewegingsuitdagingen aan.

Ik gebruik hulpmateriaal (videofeedback, docenten feedback) om mijzelf en anderen te verbeteren

Ik ga op alle uitdagingen in en ik toon een actieve houding tijdens de verschillende activiteiten.

Ik ken mijn beginniveau en ik laat zien dat ik mij wil verbeteren.

Ik ga de bewegingsuitdagingen aan en ik begrijp de verbeterpunten/doelen die de docent stelt.

Ik pas het arrangement aan binnen een beweging, om zo tot een beter niveau te komen.

Ik gebruik hulpmateriaal (videofeedback, docenten feedback) om mijzelf en anderen te verbeteren. Ik gebruik de feedback om de beweging aan te passen voor een beter resultaat

Ik ga enthousiast alle uitdagingen aan en daarmee stimuleer ik mijn klasgenoten.

Ik focus mijzelf op de verbeterpunten die de docent mij mee geeft.

Ik vraag tips van de docent of van mijn klasgenoten om mijn beweging te verbeteren

Ik pas het arrangement aan binnen een beweging, om zo tot een beter niveau te komen, binnen de lessenreeks heb ik verschillende bewegingen geprobeerd

Ik gebruik hulpmateriaal (videofeedback, docenten feedback) om mijzelf en anderen te verbeteren. Ik gebruik de feedback om de beweging aan te passen voor beter resultaat. Ik blijf ook kijken naar bewegingen om tot nog een betere beweging te komen. 

Autonomie

Ik start pas na extra uitleg of aandacht van de docent met bewegen

Ik stap niet in een andere rol, zoals coach of observator

Ik ben veel met mijn klasgenoten bezig en niet met mijn eigen bewegen

Ik doe de activiteiten die ik leuk vind, bij de andere activiteiten heb ik extra begeleiding nodig

Ik ga aan de slag met moeilijkere activiteiten als de docent helpt

Ik stap af en toe in een andere rol, maar ik vind het nog moeilijk om op het juiste moment te helpen of tips te geven

Ik doe alle activiteiten mee en ik pas de tips van de docent toe.

Ik doe zelfstandig mee aan de moeilijke activiteiten als de docent de situatie aanpast en een beetje helpt

Ik neem de leiding in de rol van organisator. Ik vind het prettig als een docent ook mee helpt/kijkt

Ik stap in de rol van observator en maak hierbij gebruik van feedback, bijvoorbeeld door gebruik te maken van video

Ik durf tips aan klasgenoten te geven, die anderen kunnen helpen

Ik doe zonder hulp van de docent alle activiteiten mee en ik pas de situatie aan voor mijzelf en voor anderen

Ik neem de leiding bij het indelen van de volgorde, het meten van leerlingen en ik heb ook voor mijn klasgenoten.

Ik stap in de rol van observator/coach en maak hierbij gebruik van video feedback die ik kan onderbouwen

Ik geef tips aan klasnoten die correct zijn. Ik heb oog voor mijn klasgenoten en ik geef complimenten wanneer de beweging beter wordt uitgevoerd

Log in om deze rubric te printen
of binnen jouw account aan te passen.