Lichamelijke opvoeding (LO)

In deze rubrics worden zes verschillende oefeningen vermeld. Per oefening kan er uit vier niveau's gekozen worden. 

  Beginnend
Ontwikkelend
Gevorderd
Vergevorderd
Push up

Je maakt een push up waarbij je met je knieën op de grond zit. Je zakt door je armen tot je helemaal plat op de grond ligt en komt vanuit het liggen weer omhoog door druk te zetten op je handen. 

Je maakt een push up waarbij je met je knieën op de grond zit. Je zakt door je armen tot je met je neus de grond aanraakt en komt vanuit hier weer omhoog. 

Je maakt een push-up waarbij je alleen met je voeten en handen contact maakt met de grond. Je lichaam is hierbij zo recht als een plank. Je zakt door tot je helemaal plat op de grond ligt en komt vervolgens weer omhoog. 

Je maakt een push up waarbij je alleen met je voeten en handen contact maakt met de grond. Je lichaam is hierbij zo recht als een plank. Je zakt door tot je met je neus de grond aanraakt en komt vanaf hier weer explosief omhoog. Het naar beneden zakken duurt drie tellen en het omhoog komen één tel. 

Squat

Je staat aan de zijkant van een blauw blok en zakt door tot je met je billen het blok aanraakt. Op het moment dat je naar beneden zakt beweeg je je armen naar voren om balans te houden. Vervolgens probeer je met je beenkracht weer omhoog te komen. 

Je staat recht voor de bank en zakt door tot je op de bank zit, je houdt je rug hierbij zo recht mogelijk. Op het moment dat je naar beneden zakt beweeg je je armen naar voren om balans te houden. Vervolgens probeer je vanuit je beenkracht weer omhoog te komen. 

Je staat rechtop, vanuit hier maak je een squat waarbij je je billen naar de grond beweegt. Je rug blijft hierbij recht en je hakken blijven op te grond staan. Vervolgens kom je vanuit je beenkracht weer omhoog totdat je volledig rechtop staat. 

Je staat rechtop, vanuit hier maak je een squat waarbij je zo diep mogelijk naar de grond zakt. Bij het door zakken blijft je rug recht, blijven je hakken op de grond staan en komen je schouders en knieën niet voorbij je tenen als je een lijn van boven naar beneden trekt.

Touwtje springen

Je krijgt het maximaal 5 keer voor elkaar om achter elkaar touwtje te springen.

Je kan vaker dan 5 keer achter elkaar touwtje springen maar hebt hierbij een tussen sprong nodig.

Je kan minimaal 20 keer achter elkaar touwtje springen zonder tussen sprong

Je kan makkelijk aan één stuk door touwtje springen en je krijgt het voor elkaar om normaal touwtje springen af te wisselen met een double under. 

Pull up

Je springt bij het wandrek waarbij je kin boven de stang uit komt waaraan je vast houdt. Probeer vervolgens zo lang mogelijk te blijven hangen. 

Je zit op je knieën bij het wandrek en probeert je kin boven de stang te krijgen door jezelf op te trekken. 

Je hangt met je voet in het elastiek en probeert zoveel mogelijk pull-ups te maken. Beweeg hierbij je borst naar de stang. 

Je hangt in het wandrek en probeert zo vaak mogelijk op te trekken. Je komt hierbij steeds met je kin boven de stang uit en je probeert je borst richting de stang te trekken. 

Battle rope

Je krijgt het touw met beide armen in beweging maar je hebt er nog geen ritme in. 

Je krijgt het touw met beide armen in beweging en je kunt hierbij een ritme vasthouden.

Je staat stevig op de grond met licht gebogen knieën en je houdt hierbij de touwen in een ritmische beweging.

Je staat in squat houding met de touwen in je hand en houdt de touwen hierbij ritmisch in beweging. 

Box jumps

Je zet met één been af en komt hiermee op het laagste plateau terecht. Je stapt vervolgens weer voorzichtig achteruit van het plateau af. 

Je zet met twee benen af en komt hiermee op het laagste plateau terecht. Je springt vervolgens achterwaarts weer van het plateau af. 

Je start in squat houding en springt vanuit hier met twee benen tegelijk op het middelste plateau, je neemt hierbij je armen mee om meer hoogte te creëren. Je springt vervolgens achterwaarts van het plateau af.

Je start in squat houding en springt vanuit hier met twee benen tegelijk op het hoogste plateau, je neemt hierbij je armen mee om meer hoogte te creëren. Je springt vervolgens achterwaarts van het plateau af.

Log in om deze rubric te printen
of binnen jouw account aan te passen.