Lichamelijke opvoeding (LO)

Ringzwaaien 

 



In zwaai komen

Komt niet met aanlooppasjes tozwaai, heeft hierbij hulp nodig van een klasgenoot.

Komt na meerderaanlooppasjes tozwaai.

Komt na twee aanlooppasjes tot zwaai.

Komt na twee aanlooppasjes tot flinke zwaai 

In de zwaai blijven

Zwaait met een geringe zwaai en trekt de benen op.

Zwaait met een kleine zwaai.

Zwaait met een ruimerzwaai.

Zwaait snel en met een ruimzwaai.

Richtingsverandering (bijv. halve draai)

Het lukt nog niet om een richtingsverandering te maken.

Maakt halve draai in en uit, waarbij de zwaai nog verstoord wordt.

Maakt halve draai in en uit, de zwaai blijft hetzelfde (tempo en hoogte).

Maakt halve draai in en uit, de zwaai blijft hetzelfde of wordt beter (hoger en harder).

Maakt halve draai in en uit, de zwaai blijft hetzelfde of wordt beter (hoger en harder). Het lukt om nog een richtingsverandering te doen (hele draai, vouwhang of buigtang).

Uit de zwaai komen

Sleept af tot stilstand 

Maakt een kleine afsprong, vaaiets na het omkeerpunt.

Maakt een ruimere afsprong, op het omkeerpunt.

Zet in de laatste achterzwaai af en maakt een ruime afsprong.

Log in om deze rubric te printen
of binnen jouw account aan te passen.