Duits

 

  A1 (2)
A1+ (3)
A2 (4)
Spelling

Kan een beperkt aantal geleerde woorden correct schrijven. Kan gebruikmaken van basisleestekens.

Kan bekende woorden correct schrijven, zoals namen van alledaagse voorwerpen.

Kan een reeks veelvoorkomende woorden correct schrijven.

Woordenschat (geleerde woorden en woordenboekgebruik)

Heeft een zeer beperkt repertoire van individuele woorden en zinnen.

Heeft een elementaire woordenschat die bestaat uit geïsoleerde woorden en eenvoudige uitdrukkingen mbt concrete situaties.

Beschikt over voldoende woordenschat om de situatie duidelijk te maken.

Zinsvolgorde

Gebruikt soms een  onbegrijpelijke zinvolgorde

Gebruikt zo nu en dan de verkeerde zinvolgorde

Beschikt over voldoende inzicht  in de zinsvolgorde

Boodschap

Kan eenvoudige zinnen schrijven gebruikmakend van eenvoudige woorden en emoticons. De boodschap kan hierdoor onduidelijk zijn.

Kan zeer eenvoudige teksten  schrijven in  een reeks zeer korte zinnen waarbij de boodschap soms onduidelijk is.

Kan in eenvoudige bewoordingen teksten schrijven in een reeks zinnen waarbij de boodschap overwegend duidelijk is.

Taalstructuren

De aangeboden grammaticale structuren worden vrijwel niet goed toegepast.

De aangeboden grammaticale structuren worden af en toe  goed toegepast.

De aangeboden grammaticale structuren worden overwegend goed toegepast.

Norm

5>9

10>14

15>20

Totaal x2

Log in om deze rubric te printen
of binnen jouw account aan te passen.